59.
Ai, ondersteun my in myn gaan, en staan,
Dan zal ik wis behouden, met verheugen,
Steeds myn gesigt na 't geen gy inset slaan.
Uw hiel vertreedt al die niet willen deugen.
En trotsig van uw instel dwaalen gaan,
Want hun bedrog verydelt, als een leugen.