Een gebed, voor kranke, ende aangevochte menschen. Oalmagtige, eeuwige, eude gerechtige God, ende barmhartige vaader, gy die een heere des doods, ende des leevens zyt, sonder wiens wille niet geschiedt, noch in den heemel, noch op der aarde, hoewel wy niet waardig zyn uwen naam aan te roepen, noch te verhoopen datge ons zult verhooren, als wy aansien, hoe datwe tot noch toe onsen tyd oovergebragt hebben; zoo bidden wy u nochtans, datge, na uwe barmhartigheit, ons wilt aansien in Jesus Kristus aanschyn, die alle onse swakheit op sich genoomen heeft. Wy bekennen, datter niet in ons is, dan geneegentheit tot het boose, ende onbequaamheit tot eenig goeddoen, daarom wy ook deese straffe, ja noch veel meerdere, verdient hebben. Maar, Heere, gy weet dat wy uw volk zyn, ende gy onse God zyt. Wy hebben tot niemand toevlucht, dan alleen tot uwe barmhartigheit, diege nooit geweigert hebt aan iemand, die sich tot u bekeert heeft. Dies biddenwe, datge onse sonden ons niet wilt toereekenen; maar reeken ons toe de wysheit, gerechtigheit, ende heiligheit van Jesus Kristus, op datwe in hem voor u moogen bestaan. Verlos ons, om synent wille, uit dit lyden, op dat de boosen niet denken, datge ons verlaaten hebt. Of zoo het u belieft ons langer alzoo te oeffenen, zoo geef ons geduld, ende sterkheit, zulks alles na uwen wil te draagen, ende laat het ons alles, na uwe wysheit, ten besten koomen. Kasty ons liever hier, dan datwe hier naa, met de weereld, zouden moeten verlooren gaan. Geef ons, datwe deese weereld, en al wat aardsch is, moogen afsterven, op datwe daageliks, na Jesus Kristus eevenbeeld, meer ende meer, moogen vernieuwt werden. Laat ons door geen ding van uwe liefde werden afgescheiden; maar trek ons daageliks, meer, ende meer, tot u, op datwe het einde onses beroeps, met vreugden, aanvaarden moogen, het welk is, met Kristus te sterven, te verrysen, ende in eeuwigheit te leeven. Wy gelooven ook datge ons verhooren zult door Jesus Kristus, die ons aldus heeft feeren bidden, Onse Vaader, en z.v.
Sterk ons ook in het rechte geloove, het welke wy van harten ende metten mond aldus belyden, Ik geloove in God, en z.v.
Cookies on Poetry Cove