Het morgengebed.
Obarmhartige vaader, wy danken u, datge deesen nacht zoo getrouwelik voor ons hebt gewaakt, ende bidden u datge ons wilt sterken met uwen heiligen Geest, die ons voortaan geleide, datwe deesen dag, midsgaaders alle de daagen onses leevens moogen besteeden tot alle gerechtigheit, ende heiligheit, ende wat wy in handen neemen, dat onse oogen altyd sien, om uwe eere te verbreiden, alzoo datwe alle den voorspoed onses voorneemens van uwe milde hand alleen verwachten. Ende op datwe zulke genaade van u verkrygen, zoo wil ons, na uwe beloftenisse, vergeeven alle onse sonden, door het heilig lyden, ende bloedvergieten onses Heeren, ende saaligmaakers Iesus Kristus, want sy zyn ons van harten leed. Verlicht ook onse harten, op datwe alle werken der duisternisse afgeleit hebbende, als kinderen des lichts in een nieuw leeven moogen wandelen in alle godsaaligheit. Geef ook uwen seegen tot de verkondinge uws goddelikken woords. Verstoor alle werken des duivels. Sterk alle kerkendienaars, ende ooverheeden uwes volks. Troost alle vervolgde, ende benaauwde harten, door Iesus Kristus, uwen lieven soon, welke ons belooft heeft, dat gy ons alles wat wy in synen naam bidden, seekerlik geeven zult, ende daarom ons alzoo heeft leeren bidden:
Onse vaader, en z.v.