3.
Hy gaf een orden aan dat werk,
En niets en oovertreedt syn perk.
Gy van der aard, looft ook den Heer.
Gy draak, en afgrond, geeft hem eer.
Gy vier, en haagel, wilt hem prysen.
Gy sneeuw, en dampen, volgt die wysen.
Gy stormwind, die syn woord vlugs doet,
Verbrei syn lof, wanneerge woed.