12.
Maar om dat wy uw liefde draagen,
Zo doodt men ons, de gansche daagen,
Wy werden zoo gering geacht,
Als schaapen, die de slachter slacht.
Ontwaak doch eens, wat slaaptge, Heer,
Waak op, en doe uw krachten blyken,
Verstoot ons niet voor immermeer,
Laat ons niet eeuwiglyk beswyken.