5.
Want gy hebt ons, een tyd verschooven,
O God, door proef, op proef, geleert,
En zoo geloutert, als een ooven
Het silver louter rein fyneert.
Gy bragt ons, onder 's vyands handen,
In netten, door hem loos gespreidt,
Gy had een prang, van enge banden,
Om onse lendenen geleit.