Pause.
5.
Dit is de weg, die hun de rykdom raadt,
Op welkers woord hun dwaas vertrouwen staat,
Nochtans betuigt hun naasaads mond, ronduit,
Te willen gaan, ge yk hun is beduidt.
Dus stellen sy sich, naa het helsche graf,
Als schaapen aan, dies weidt de dood hen af.
En zullen die oprechtelyk verkeeren
Hun naamaals, in dien morgenstond, beheeren.