8.
O gy God, uw weg, en treeden
Zyn doorgaans vol heiligheeden.
Groot is God, en wys daar by,
Wie is zulk een God, als hy?
Heer, gy zyt die God besonder,
Die daar wonder doet, op wonder,
Gy maakt ook aan 's weerelds end,
Onder t volk, uw kracht bekent.