4.
Want God, de Heer, die alle kennis heeft,
Kent al den weg van die syn recht beleeft,
Bemint hem seer, en doet syn doen beklyven.
Maar die, ten spyt des Heeren, godloos blyven,
En, met hun werk, in 't boose gaan, en staan,
Zyn, met hun weg, voor eeuwig, aan 't vergaan.