10.
De Heere heeft, op 's heemels hooge vloeren,
Syn throon bevest, om daar den staf te voeren,
Syn ryk beheerscht het al, aan ieder oord.
Looft dies den Heer, gy englen, sterke magten,
Die vlugs syn woord door daaden gaat betrachten,
Gehoorsaam op de stemme van syn woord.