3.
Gaat dan voor God ten offer treeden,
Met offers van gerechtigheit,
En neederige boetgebeeden,
Vertrouwt, in uwe swaarigheeden,
Voorts op des Heeren goed beleid.
Veel volks seit, onder deese quaalen,
Wie zal ons 't goede weer doen sien?
Verhef gy, oover onse paalen,
O Heer, uw aanschyns lichte straalen,
En blyf ons gunstig booven dien.