2.
Zult gy vertoornt ons eeuwig teegengaan?
Zal 't slindend vier uws toorens, in syn kracht,
Sich strekken van geslacht, tot in geslacht?
En nooit ons weer ten leeven op doen staan?
Op dat uw volk, uit deese slaaverny,
Door u geredt, sich in uw gunst verbly?
Men sie, o Heer, uw goedertierenheit,
Vertoon uw heil, en geef ons vry geleid.