7.
Ik sal geensins de woorden krooken,
Die uit myn lippen zyn gegaan,
Heeft ooit myn mond iet bang gesprooken,
Dat werdt nu onbenaauwt voldaan.
Nu offer ik u offerhanden
Van mergryk vee, ten brand geleit,
Ik zal der rammen rookwerk branden,
Met rund, en bok, daar toe bereidt.