Skip to content
1674

Davids Psalmen

Joannes Six van Chandelier

4.

Gy keeft maar eens, uw schelden kreeg gehoor, Al 't waater vloodt, en liep seer haastig door, Het sonk daar heen, in diepten afgesondert, Zo draa uw stem daar oover had gedondert. Zo rees 't gebergt, dat doe syn hoogten kreeg, Zo daalden al de daalen naa om leeg, Elk nam syn stee ter plaats die gy bereidt had, Welks vasten grond uw hand voor hun geleit had.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.