Skip to content
1674

Davids Psalmen

Joannes Six van Chandelier

Het tiende gebod. Gy zult niet begeeren uwes naasten huis: Gy zult niet begeeren uwes naasten wyf, noch synen dienstknecht, noch syne dienstmaagd, noch synen os, noch synen eesel, noch iet dat uwes naasten is. 93 vraa. Hoe werden deese tien gebooden gedeelt? Ant. In twee taafelen, daar van dat de eerste leert, hoe wy ons teegen God zullen houden: de andere, wat wy onsen naasten schuldig zyn.

94 vraa. Wat gebiedt God in het eerste gebod? Ant. Dat ik zoo lief, als my myner ziele saaligheit is, alle afgooderye, tooverye, waarsegginge, superstitie, ofte bygeloove, aanroepinge der heiligen, ofte anderer schepselen, myde, ende vliede, ende den eenigen waaren God leere kennen, hem alleen vertrouwe, in alle oodmoedigheit, ende lydsaamheit, my hem alleen onderwerpe, van hem alleen alles goeds verwachte, hem van gantscher harte liefhebbe, vreese, ende eere: alzoo, dat ik eer alle schepselen afga, ende vaaren laate, dan dat ik in het allerminste teegen syne wille doe. 95 vraa. Wat is afgooderye? Ant. Afgooderye is in de plaatse van den eenigen waaren God, die hem in syn woord geoopenbaart heeft, ofte beneeven den selven iet anders versieren, ofte hebben, daar op de mensch syn vertrouwen set.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids Psalmen · Joannes Six van Chandelier · Poetry Cove