40 sondag.
105 vraa. Wat eischt God in het seste gebod?
Ant. Dat ik mynen naasten, noch met gedachten, noch met woorden, ofte eenig gelaat, veel weiniger metter daad, door myselven, ofte door anderen onteere, haate, quetse, of doode: maar dat ik alle wraakgierigheit aflegge, ook myselven niet quetse, ofte moedwilliglik in eenig gevaar begeeve: daarom ook de ooverigheit het swaard draagt, om den doodslag te weeren.
106 vraa. Maar dit gebod schynt alleenlik van het doodslaan te spreeken?
Ant. God verbiedende den doodslag, leert ons dat hy den wortel des doodslags, als nyd, haat, toorn, ende wraakgierigheit, haat, en sulx alles voor eenen doodslag houdt.
107 vraa. Maar is het genoeg, datwe onsen naasten, alzoo voorseit is, niet dooden?
Ant. Neen. Want Godt verbiedende den nyd, haat, ende toorn, gebiedt datwe onsen naasten liefhebben, als onsselven, ende teegen hem geduld, vreede, sachtmoedigheit, barmhartigheit, ende alle vriendelikheit bewysen, syne schaade, zoo veel als ons moogelik is, afkeeren, ende ook onse vyanden goed doen.