Skip to content
1674

Davids Psalmen

Joannes Six van Chandelier

32.

Het vraatig vier verslondt hun jongelingen, Men kon geen lof van jonge dochters singen, Hun schoonste bruid bleef ongehuuwt verleegen. Hun priesterschaar viel, van het swaard doorreegen, En als beklemt van schrik, en swaar verdriet, Beweenden hen hun weeduwvrouwen niet.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids Psalmen · Joannes Six van Chandelier · Poetry Cove