6.
Gy zult my 't pad na 's leevens saalig licht
Doen kennen, met myn lichaam komt t'ontwaaken
En my de vreugd, die by uw aangesigt
Te vinden is, tot saadens toe, doen smaaken.
Uw rechterhand, steeds vol van lieflikheeden,
Zal daar myn ziel voor eeuwig mee bekleeden.