11.
Behou my uit des leeuwen muil, en poot.
Zo gaaftge my eens antwoord, naa uw toorn,
Zo redde gy my van des eenhoorns hoorn,
Uit al dit quellen.
Ik zal uw naam myn broeders dan vertellen,
En, om uw trouw, en krachten aan te wysen,
U, midden in uw volks gemeinte, prysen,
Met deese stof: