Skip to content
1674

Davids Psalmen

Joannes Six van Chandelier

2.

Want, Heer, ik ken myn afval van voorheen, Myn sonde waart geduurig voor myn oogen, Ik sondigde, door wellust opgetoogen, Stout teegen u, ja teegen u alleen. Ik hebbe, voor uw oogen, quaad gedaan, Dies hebtge my rechtvaardig aan doen spreeken, Ook zoudtge rein uit uwen richtstoel gaan, Zo uw gericht sich aan myn ziel dee wreeken.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids Psalmen · Joannes Six van Chandelier · Poetry Cove