Skip to content
1674

Davids Psalmen

Joannes Six van Chandelier

24 sondag. 62 vraa. Maar waarom konnen onse goede werken niet de gerechtigheit voor God, ofte een stuk derselver zyn? Ant. Daarom, dat de gerechtigheit, die voor Gods gerichte bestaan kan, gansch volkoomen, ende Gods wet in alle stukken gelykmaatig zyn moet. Ende dat ook onse beste werken, in dit leven, alle onvolkoomen, ende met sonden bevlekt zyn. 63 vraa. Hoe! verdienen onse goede werken niet, die nochtans God in dit, ende het toekoomende leeven wil beloonen? Ant. Deese belooninge geschiedt niet uit verdienste, maar uit genaade. 64 vraa. Maar maakt deese leere niet sorgeloose, ende godloose menschen?

Ant. Neen. Want het is onmoogelik, dat zoo wie Kristus door een waarachtig geloove is ingeplant, niet zoude voortbrengen vruchten der dankbaarheit.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids Psalmen · Joannes Six van Chandelier · Poetry Cove