24 sondag.
62 vraa. Maar waarom konnen onse goede werken niet de gerechtigheit voor God, ofte een stuk derselver zyn?
Ant. Daarom, dat de gerechtigheit, die voor Gods gerichte bestaan kan, gansch volkoomen, ende Gods wet in alle stukken gelykmaatig zyn moet. Ende dat ook onse beste werken, in dit leven, alle onvolkoomen, ende met sonden bevlekt zyn.
63 vraa. Hoe! verdienen onse goede werken niet, die nochtans God in dit, ende het toekoomende leeven wil beloonen?
Ant. Deese belooninge geschiedt niet uit verdienste, maar uit genaade.
64 vraa. Maar maakt deese leere niet sorgeloose, ende godloose menschen?
Ant. Neen. Want het is onmoogelik, dat zoo wie Kristus door een waarachtig geloove is ingeplant, niet zoude voortbrengen vruchten der dankbaarheit.