4.
Zo zal veel volks, met groote schaaren,
Als tot een ring, om u vergaaren.
Keer booven hen dan weer om hoog,
Sit op uw stoel voor ieders oog.
De Heere richt van daar de volken,
Zo richt my, Heer, nu uit de wolken,
Na 't recht, dat voor myn saake leit,
En naa myn ziels oprechtigheit.