14.
Geef my verstand, dat ik van 't quaad my wacht,
Den goeden weg van uw bevel mag treeden,
En met myn hart uw wonderen betracht.
Myn ziel drupt weg van lange treurigheeden,
Kom, richt my op, en doe, door nieuwe kracht,
My vroolik staan, na 't woord van uwe reeden.