2.
Hy heelt de kleingebrooke harten,
Verbindt de wond, en stilt hun smarten,
Door middelen, die 't quaad geneesen,
En lyf, en ziel gesond doen weesen.
Hy telt het groot getal der sterren,
Haar veelheit kan hem niet verwerren,
Hy onderscheidt die al te saamen,
En noemtse by haar eige naamen.