2.
Gy aller heemlen heemelsch perk,
Gy waateren, die, in het swerk,
Op heemels omdryft, looft hem saam,
Al 't hooge loof des Heeren naam.
Want op 't bevel van hem gegeeven
Ontfing 't syn schepping, aart, en leeven.
Hy maakte dat het niet vergaat,
Maar eeuwig, en altoos bestaat.