Skip to content
1674

Davids Psalmen

Joannes Six van Chandelier

2.

Elk stamhuis, 's Heeren stam genoemt', Gaat derwaarts op, alwaar 't sich buigt, Na 't woord aan Israël getuigt, En 's Heeren naam belydt, en roemt. Dewyl 't gestoelt van 't hoogst gericht, 't Gestoelt voor Davids huis gesticht, Daar, om te richten, werdt beseeten. Men wensch Jerusalem dan vree, Wie u bemint, o heilge stee, Moet lang syn brood, met welvaart, eeten.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids Psalmen · Joannes Six van Chandelier · Poetry Cove