6.
Hy rukte my uit 's vyands sterke schaaren,
En die vol haats my veel te magtig waaren.
S'ontmoetten, op myn rampsdag, my seer slecht,
Maar ik vond steun, de Heere hielme recht.
Hy voerde my in 't ruim, van angst ontslaagen,
Want syne lust aansagme met behaagen.
De Heer vergoldt my naa myn rechts bestand,
En gaf my naa de reinheit van myn hand.