2.
Wie myne ziele soekt te slaan,
Laat dien beschaamt te schande gaan
Die teegen my op quaaddoen peinsen,
Laat die te rug vol schaamroods deinsen.
Hun magt verval, als kaf van saad,
Dat voor den wind verstuiven gaat.
Des Heeren engel dryfse voord,
Door schrik verstrooit, van oord, tot oord.