1 pause.
4.
Hy houdt de waateren beslooten,
Als op een hoop, in zee vergaart,
Hy stelt den afgrond in syn gooten,
Als in een schatkist, diep bewaart.
Laat al 't aardsche weesen
Voor den Heere vreesen,
Want het is haar plicht.
Al wat op der aarde
Woont, en hier vergaarde
Schrik voor syn gericht.