1 pause.
4.
Wie werdt geducht, als God, in synen grooten raad,
Van heiligen versaamt? die, vreeslik inderdaad,
Ver booven alle, die rondom hem zyn, blyft woonen?
O Heer, gy Heirengod, wie draagt'er zulke kroonen
Van magt, en cierlikheit, als gy, zo groot van daaden?
Uw waarheits trouw omringt u, Heer, ook met genaaden.