2 pause.
8.
De sterke rechterhand des Heeren
Verhoogde sich, tot ons behoed.
Des Heeren rechterhand gaat leeren
Wat dappre daaden dat hy doet.
Ik zal niet sterven, als verslaagen,
Maar leeven, tot myn vyands leed,
En 's Heeren werken, al myn daagen,
Met dank, vertellen, wyd, en breed.