13.
Wat houd gy ons den blyden morgen
Uws aangesigts zo lang verborgen?
Waarom vergeet gy ons geslacht,
van veel ellends, en druks verkracht?
Want onse ziel, te seer beswaart,
Leit in het stof, ter neer geboogen,
Wy kleeven, met den buik, aan d'aard,
En leggen al in onvermoogen.