18.
Ik selve sag een godloos man voor deesen,
Door snood geweld, zo uitgebreidt, gelyk
De trotsste boom van inlandsch groen mag weesen.
Maar hy ging door, en zoo verdween syn ryk,
Hy was niet meer, en dies niet meer te vreesen,
Ik socht hem wel, maar vond van hem geen blyk.