2.
Want ik ontstak van nyd, helaas,
Als ik den trotsverwaanden dwaas,
En veeler menschen godloos leeven,
In vree, en voorspoed sag verheeven.
Want niet een band, noch knoop, noch stoot
Benaauwt hen ooit, tot in hun dood.
Sy zyn heel glad, en vet, en rond,
Hun kracht blyft frisch, hun lyf gesond.