5.
Gy jongmans, en gy maagden saam,
Gy oud, en jong, looft 's Heeren naam.
Syn naam strekt hoog, want hy alleen
Heerscht oover heemel, aard, en zeen.
Hy heeft den hoorn syns volks verheeven,
Syn gunstgenooten roem gegeeven,
Als kinderen van Israël,
Syn naaste volk, zo looft hem wel.