1 pause.
5.
De kinderen van Efraim gesprooten,
Die waapenryk, seer wis, met boogen, schooten,
Die keerden om, ten daage van het stryden,
Hoe quaamen sy zo schandig in het lyden?
Sy hielden Gods verbond niet onbesinet,
En weigerden te wandlen in syn wet.