Skip to content
1674

Davids Psalmen

Joannes Six van Chandelier

3.

Dat alle syne gunstelingen, Om zulk een eer, van vreugd opspringen, Ja datse van zo groote dingen, 's Nachts op hun leegers, singen. De lofsang, die Gods eer betreft, Is in hun keel, die hem verheft, Ook voert hun hand een ongeschaardt, En scherp tweesnydend swaard.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids Psalmen · Joannes Six van Chandelier · Poetry Cove