4 pause.
17.
Hy is berooft van elk, die langs den weg quam gaä,
Syn buuren sien hem, met den nek, nu smaadig aan.
Gy hebt de rechterhand van syn party verheeven,
Al syne vyanden tot blyschap stof gegeeven,
Syn krygswaards scherpten ook tot stompheit om doen keeren,
En deed hem, in den stryd, niet staan, om sich te weerẽ.