Het vierde gebod.
Gedenk des sabbatdags, datge dien heiligt. Ses daagen zultge arbeiden, en al uw werk doen. Maar de seevende dag is de sabbat des Heeren, uwes Gods [Dan] zultge geen werk doen, noch uw soon, noch uwe dochter, [noch] uw dienstknecht, noch uwe dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uwe poorten is. Want in ses daagen heeft de Heere den heemel, ende de aarde gemaakt, de zee, ende alles wat daar in is, ende hy rustte ten seevenden daage: daarom seegende de Heere den sabbatdag, ende heiligde denselven.