4.
O Heer, gedenk, den kinderen van Edom,
De daagen van Jerusalem haar weedom,
Wanneer uw stad zo deerlik wierdt gemoordt.
Sy zyn 't, die stout daar seiden, zoo, vaart voord,
Ontbloot, ontbloot, ten grondvest toe, haar gronden,
Tot alles, in haar omvang; leg geschonden.