2.
Daar is geen spraake by,
Dierhalven spreeken sy
Ook nooit een eenig woord.
Nochtans, al zynse stom,
Zo werdt hun stem alom,
Door elx begrip, gehoort.
Hun spraakeloos geluid
Gaat langs 't gansch aardryk uit,
Hun reedenen berichten
Ook 't volk aan 's weerelds end.
Hy stelde daar een tent,
Waar uit de son blyft lichten.