Skip to content
1674

Davids Psalmen

Joannes Six van Chandelier

36 sondag. 99 vraa. Wat wil het derde gebod? Ant. Datwe niet alleen met vloeken, ofte met valschen eede, maar ook met onnoodig sweeren Gods naam niet lasteren, noch misbruiken, noch ons met ons stilswygen ende toesien, aan zulke schrikkelikke sonden deelachtig maaken Ende, in 't kort geseit, datwe Gods heiligen naam anders niet, dan met vreese, ende eerbiedinge gebruiken, op dat hy van ons recht bekent, aangeroepen, ende in alle onse woorden, ende werken, gepreesen werde. 100 vraa. Is het dan zoo groote sonde Gods naam, met sweeren, ende vloeken, te lasteren, dat God sich ook oover die vertoornt, die zoo veel als hun moogelik is, het vloeken, ende sweeren, niet helpen weeren, ende verbieden?

Ant. Ja het gewisselik. Want daar is geene grootere sonde, noch die God meer vertoornt, dan de lasteringe syns naams, daarom hy ook deselve met den dood te straffen bevoolen heeft.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids Psalmen · Joannes Six van Chandelier · Poetry Cove