3.
Ja, Heere, God der leegermagten,
Gy God van Israëls geslachten,
Ontwaak in toorn, op dat uw vloek
Eens al dit heidensch volk besoek.
Laat u tot geen genaa beweegen,
Voor die trouwlooslik onrecht pleegen.
Sy keeren 's aavonds weer ter jagt,
En tieren, als een hond, by nacht.