3 pause.
13.
Ik maake dat syn saad, voor eeuwig, vruchten draagt,
Syn throon zal staan, zo lang, als t van den heemel daagt.
Indien syn kinderen myn wetten laaten dryven,
En, met hun wandel, in myn rechten weg niet blyven,
Indien men myne keur onheilig komt te schenden,
En myn gebod niet houdt, noch zal myn trouw niet enden.