2.
Gy woont nochtans, o Heilig, in de stee,
Daar Israel, uit veelerhande stryd
Door u verlost, u looft, en roemt, in spyt
Van uw versmaaders.
Op uwe magt vertrouwden onse vaaders,
Op u alleen vertrouwden sy verleegen,
Diet dee uw hand hen telkens, door uw weegen,
Veel quaads ontgaan.