2.
Want myn daagen gingen heenen,
Als onnutten rook verdweenen.
Myn gebeent is uitgebrandt,
Als een haard, van langer hand.
't Harte leit my neergeslaagen,
En, als gras, verdort van plaagen,
Zoo dat ik het daagliks eeten
Van myn brood al heb vergeeten.