21 sondag.
54 vraa. Wat gelooftge van de heilige algemeine Kristelikke kerke?
Ant. Dat Gods soon uit het gansche menschelikke geslachte, sich een gemeinte tot het eeuwige leeven verkooren, door syn Geest, ende woord, in eenigheit des waaren geloofs, van het begin der weereld tot aan het einde, vergaadert, beschermt, ende onderhoudt, ende dat ik derselver een lidmaat ben, ende eeuwig zal blyven.
55 vraa. Wat verstaatge door de gemeinschap der heiligen?
Ant. Eerstelik, dat alle, ende elke geloovige, als lidmaaten aan den Heere Kristus, ende alle syne schatten, ende gaaven gemeinschap hebben. Ten an-deren, dat elk hern moet schuldig weeten, syne gaaven ten nutte, ende ter saaligheit der andere lidmaaten, gewilliglik, ende met vreugde, aan te leggen.
56 vraa. Wat gelooftge van de vergeevinge der sonden?
Ant. Dat God, om Kristus genoegdoeninge, aller myner sonden, ook myner sondelikken aart, daar meede ik al myn leeven te stryden heb, nimmermeer wil gedenken; maar my uit genaade Kristus syne gerechtigheit schenken, op dat ik nimmermeer in Gods gerichte koome.