Vermaaninge, aan de ouders, ende die meede ten doop koomen.
Geliefde in den heere Kristus, gy hebt gehoort dat de doop een ordeninge Gods is, om ons, en onsen saade syn verbond te verseegelen; daarom moeten wy hem tot dien einde, ende niet uit gewoonte, ofte superstitie gebruiken. Op dat het dan oopenbaar werde, dat gy alzoo gesint zyt, zultge van uwent weegen hier op ongeveinsdelik antwoorden:
Eerstelik, hoewel onse kinders in sonden ontfangen, ende gebooren zyn, ende daarom allerhande ellendigheit, ja de verdoemenisse selve onderworpen, osge niet bekent datse in Kristus geheiligt zyn, ende daarom, als lidmaaten syner gemeinte, behooren gedoopt te weesen?
Ten anderen, ofge de leere, die in het oude, ende nieuwe testament, ende in de artykelen des Kristelikken geloofs begreepen is, ende in de Kristelikke kerke alhier geleert werdt, niet bekent de waarachtige, ende volkoome leere der saaligheit te weesen?
Ten derden, ofge niet belooft, ende voor u neemt deesekinderen, alsse tot hun verstand zullen gekoo-men zyn, een iegelik de syne, waar van hy vaader, of getuige is, in de voorseide leere, naa uw vermoogen, te onderwysen, ofte te doen, ende te helpen onderwysen?
Antwoord. Ja.
Daar naa in het doopen spreekt de dienaar des goddelikken woords aldus:
N. Ik doope is in den naam des Vaaders, des Soons, ende des heiligen Geests.