2.
Die dies ook nooit syn handen, noch gemoed,
Door onrecht werk, zal vlekken, noch beswaaren,
Maar in Gods weg syn gansche wandling doet.
Uw woorden, Heer, die uw gebod verklaaren,
Gebieden, dat men meer, dan weereldsch goed,
Seer vlytig, uw beveelen zal bewaaren.