3.
Die uwen mond, met alles goeds, versaadigt,
En u, op nieuw, met krachten, begenaadigt,
Op dat uw jeugd weer als een aarends zy.
De Heer doet recht, al laat hy vroomen plaagen,
Maar syn gericht helpt alle, die 't hem klaagen,
Eens uit den druk, en straft de dwinglandy.